Allerlei

Van alles wé

REGELS CLUBKES

Er zijn zo’n 97 bij de Oeteldonkse club aangesloten clubkes. Wat te doen als meerdere clubs elkaar in een kroeg treffen Wie stopt en wie speelt er door? Er gelden binnen Oeteldonk al sinds jaar en dag een aantal ongeschreven afspraken. Voor alle duidelijkheid hebben we die regels eens op een rijtje gezet.

Ongeschreven Regels

1. Een club maakt muziek in een kroeg (al dan niet op een podium)
2. Een andere club komt spelend binnen
3. De club in de zaak stop dan met muziek maken
4. De binnenkomende club maakt het lied af en stopt daarna
5. De club die al stond te spelen maakt zijn serie af
6. Pas daarna start de binnenkomende club met zijn serie
7. Indien er meer dan 2 clubs wachten, speelt iedere club maximaal 3 liedjes
8. De muzikaal leiders van elke club stemmen een en ander met elkaar af

Voorkom ongelukken met instrumenten

Als een muzikant tijdens carnaval ergens bang voor is, is het voor ongelukjes.
Bijvoorbeeld door een onverwachte botsing met een enthousiaste carnavalsvierder.
Eén tik tegen een trompet of klarinet kan grote schade aan mond en lippen en tanden toebrengen. Gelukkig zijn veel Oeteldonkse muzikanten wel wat gewend. Zij weten hoe je ongelukjes kunt voorkomen:
– Door als clubke in een kring met het gezicht naar elkaar toe te gaan staan.
– Door op straat enigszins ‘in formatie’ te lopen, met het slagwerk voorop.

Enthousiaste carnavalsvierders kunnen een probleem vormen
Het kan altijd gebeuren dat enthousiaste carnavalsvierders een beter contact met de muzikanten proberen te krijgen. Door in een kring te gaan staat. Of door zich tussen de muzikanten te mengen. Zij doen dit omdat ze de muziek geweldig vinden.

Blijft rustig en maak het risico duidelijk
Muzikanten kunnen soms furieus reageren. Begrijpelijk. Het is tenslotte hun instrument dat kan beschadigen en het zijn hun lippen/tanden die kapot kunnen gaan. Toch vragen wij begrip. Probeer de carnavalsvierders met zachte hand op een ‘veiligere’ plek te krijgen. Leg hun rustig uit wat de risico’s zijn. Veel carnavalsvierders die nooit zelf muziek maken, hebben geen idee wat voor schade hun gedrag kan aanrichten. Maak duidelijk wat de risico’s zijn en voorkom zo dat het u -of een ander- nog eens overkomt.

Niet-muzikanten weten vaak niet beter
Ga uit van het goede en begrijp dat een niet-muzikant niet beter weet. Zorg ook dat je in een drukke gelegenheid voldoenderuimte hebt om veilig te kunnen spelen, maar maak de kring niet groter dan nodig is. Hoe kleiner de kring, hoe minder kans dat iemand in het midden kan gaan staan. Houd mensen op straat tussen de muziek uit, maar doe dit op een rustige manier.

Zô houwe we ut gezellig in Oeteldoonk!
In alle gevallen geld: agressie lost absoluut niets op! Het hoort per definitie niet bij het Oeteldonkse carnaval. Met een beetje wederzijds begrip komen we een heel eind en houden we het gezellig. Zo kan iedereen, carnavalsvierder en muzikant, genieten van het feestje waar we met zijn allen zo trots op zijn: Het Oeteldonkse Carnaval!

Carnavalskalender

Het tijdstip waarop carnaval begint is afhankelijk van het Paasfeest.
Carnavalszondag is altijd 7 weken vóór Pasen. Dat is 7 x 6= 42 werkdagen min de maandag en dinsdag na carnavalszondag, dus 40 vastendagen. Pasen valt altijd op de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart. Evenzo is 11 november exact 40 dagen voor Kerstmis. ‘T is maar dat u het weet.

Carnaval

Carnaval en vastenavond vinden hun oorsprong in het middeleeuwse narrenfeest. Op deze dag mocht men lachen en spotten met gebruiken binnen kerk en vorstenhuis. Er was zelfs zoiets als een ‘spotkoning’ of een ‘narrenbisschop’ die het hele feest voorzat. Zelfs de hooggeplaatste personen mochten verwachten bij deze gelegenheid voor de feestvierders een mikpunt van spot te zijn. Het leven vieren, een blij mens mogen zijn. Relativeren van wat normaal zo belangrijk is. De wereld op z’n kop zetten, dat gebeurt tijdens het carnaval. De menselijke maatstaven worden onder de loep genomen en op hun kop gezet. De verschillen in rangen en standen bestaan even niet, de boer wordt prins.

Etymologisch: carnaval komt waarschijnlijk van carrus navalis, wat scheepskar betekent; het voertuig waarmee -volgens heidens gebruik- de vruchtbaarheidsgoden jaarlijks hun intocht deden. De scheepsvorm is in de carnavalswagens soms nog terug te vinden. Een andere mogelijke oorsprong is carne vale, dat ‘vlees, hou je goed’ betekent. Dit zou een verwijzing kunnen zijn naar de onthouding van vleesconsumptie in de vastentijd.

Vastenavond

Vastenavond komt van Vaselnacht. In modern Duits faseln, wat zeuren, kletsen, zaniken betekent. In de Vaselnacht, bij het begin van de lente, werd met uitbundige zotheid het verdwijnen van de wintergeesten gevierd. Het gebruik van avond wijst op het oude gebruik de dag te beginnen bij zonsondergang van de dag ervoor. Nu wordt nog steeds op een aantal plaatsen op vastenavond een stropop verbrand ter beëindiging van het carnaval en om het begin van de vastentijd te markeren. In Oeteldonk begraven we dum urste boer dun beste: Knillis.

Oeteldonk

is de naam van ‘s-Hertogenbosch tijdens Carnaval. Tijdens carnaval is ‘s-Hertogenbosch een dorp: ‘t durp Oeteldonk. Oeteldonk omvat alleen
de oude stad ‘s-Hertogenbosch. De voormalige gemeenten Empel, Engelen, Bokhoven en Rosmalen, die nu samen de gemeente ‘s-Hertogenbosch vormen, hebben ieder hun eigen carnavalsleven.

(Meer) historie Carnaval, Carnaval, of “Vastenavond;, bestaat al sinds de Middeleeuwen. De voornaamste verklaring voor het ontstaan van het feest is dat werd gevierd dat de dagen weer  langer werden na de vaak barre winters. Tijdens dit feest vlak voor de Vastentijd konden de mensen zich nog eens goed uitleven voor de sobere veertig dagen begonnen. Zoals elk feest ging dit vaak gepaard met excessen: dronkenschappen en vechtpartijen.; Tegen deze “misstanden” kwam in ‘s-Hertogenbosch eind 19e eeuw veel verzet vanuit de burgerij. Een herhaaldelijk verzoek om een gemeentelijk verbod van het feest strandde op het commercieel en sociaal belang. Toen in 1881 ook de geestelijkheid, bij monde van Bisschop Mgr. A. Godschalk, er zich mee bemoeide was dat aanleiding voor enige Bosschenaren uit de gegoede middenstand om maatregelen te nemen ter bescherming van het volksfeest.

In café Plaats Roijaal, toen gevestigd in de straat Achter het Stadhuis, kwamen zij bijeen en smeedden een plan waarin iedereen zich zou kunnen vinden. Het doel was behoud van het feest door veredeling van het vermaak. Zij bedachten de formule van Oeteldonk. De, zeker toen, mondaine  stad ‘s-Hertogenbosch zou voor drie dagen omgedoopt worden in het dorp Oeteldonk. Iedere inwoner van de stad werd dan boer of “durske” en aan het hoofd een van de gemeente een ‘burgervaojer’ (D’n Peer vaan den Muggenheuvel), die in 1882 voor het eerst groots werd ingehaald. Op 1 oktober van datzelfde jaar werd de Oeteldonksche Club opgericht om het initiatief uit te werken  en te begeleiden.

Het jaar daarop (1883) voegde men een nieuw element toe, namelijk het bezoek van D’n Prins Z.K.H. Prins Amadeiro, Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enz. enz. enz. Een grote optocht met  praalwagens begeleidde hem bij zijn intocht. Deze situatie is gebleven: ook nu ontvangt de Peer de Hoogheid nog steeds met alle égards op zondagochtend om 11.11 uur op Oeteldonk Centraol.

Oeteldonkse symbolen

Eén van de symbolen van Oeteldonk is de rood-wit-gele vlag. De Oeteldonkse Driekleur dateert zeker uit het begin van de 20e eeuw. Het is niet bekend hoe men tot deze kleuren is gekomen. De kleuren komen wel (in een andere volgorde) voor op het schilderij “de strijd tussen carnaval en de vasten” van Pieter Brueghel de Oude(1530-1569). Daarnaast is er een Oeteldonks wapen en is er elk jaar  een jaarschildje dat het jaarthema bevat en op ieders boerenkiel genaaid kan worden.

Volkslied

Oeteldonk heeft een eigen Volkslied, dat in 1884 door Hannes Krassert werd gecomponeerd. Het lied heet: “O pronkjuweel van heel deez’ aard”. Het bestaat uit drie Coupleten een solo. Het eerste couplet luidt:

O pronkjuweel van heel deez aard
Ons dierbaar Oeteldonk
Door niets en nimmer evenaard
Geen naam die schooner klonk (bis)
Waar is op gansch het wereldrond
Een watervrij moeras
Zoo schoon als waar ons wieg eens stond
De Oeteldonkse plas?

Belangrijke figuren

Tijdens de Oeteldonkse carnaval is ieder mens belangrijk, maar zijn er ook een aantal hoofdrolspelers. Deze zijn:
D’n Prins Z.K.H. Prins Amadeiro
D’n Adjudant van de Prins
Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd (Burgemeester)
Assessor Kees Minkels (wethouder)
Knillis (vermeend stichter van Oeteldonk)
Hendrien (huishoudster van d’n Peer)
Driek Pakaon (veldwachter)
‘t Gevollug
D’n Ruiterij
D’n Geminteraod
D’n Vaandeldrager
D’n Ministerraad

Haringhappen

In streken waar het gangbaar is om Carnaval te vieren, wordt op Aswoensdag vaak onder het genot van een (broodje) haring nog even teruggeblikt op het voorbije feest. Dit zogenoemde ‘Haring happen’ stamt uit de tijd dat tijdens de vasten geen vlees maar wel vis mocht worden gegeten.

Kwekfestijn

Tijdens het Kwèkfestijn wordt de nieuwe carnavalsschlager gekozen. Vanaf 1959 heeft Oeteldonk zijn Kwèkfestijn. Het casino, nu Theater aan de Parade genaamd, organiseerde zelf het eerste festijn. De tweede keer deed de Oeteldonksche Club van 1882 mee en vanaf de derde keer in 1960 verzorgde de OC van 1882 de hele organisatie. Vanaf toen werd de Oeteldonksche Kwèkfestijnwet ingevoerd hetgeen inhield dat er voortaan alleen nieuwe teksten op nieuwe melodieën mochten meedoen. In 1970 werd er wegens geldgebrek door de viering van het 88-jarige bestaan van de OC geen Kwèkfestijn gehouden.

De eerste 12 jaar was de organisatie simpel van opzet. In 1971 werd door de jury vooraf een selectie gemaakt en zong Mari van der Velden, begeleid door de Confetti’s, tijdens het Kwèkfestijn alle acht de liedjes. Vanaf het 13e Kwèkfestijn moeten de meedingende groepen zelf hun liedje uitvoeren en wordt er geen voorselectie meer gemaakt. In 1972 waren er nog maar 17 deelnemende groepen. Het aantal deelnemers zou snel groeien naar 40 in 1978, tot meer dan 70 in 1992 en volgende jaren.

De voorgeschiedenis

Er was eens ……..  .  Zo beginnen veel sprookjes maar de basis van ’t Zooitje was min of meer het versmelten van twee families gedurende de Carnavalsperiode. Zelfs in die tijd was het al een zooitje want Jan en alleman was welkom.  Vrienden en kennissen van twee families te weten; Fam. van Osch en Fam. Janssen gingen mee en hadden een paar geweldige dagen. Tijdens die ongedwongen saamhorigheid bleek al snel dat structuur een onbekend fenomeen was. Om een klein voorbeeld te noemen. De Pint, tegenwoordig Hof van Holland, was een van de kroegen waar we graag kwamen. Goede sfeer jofele lal muziek en niet al te groot. Het naar binnen gaan was over het algemeen geen probleem, duwen, trekken en een hoop flauwekul tegen de portier. Maar dan kwam het………… . Verzamelen om naar een andere kroeg te gaan. De eerste stonden rap buiten maar de laatste, meestal vrouwen, die kwamen rustig een kwartier later. Met het gevolg dat een van de mannen weer naar binnen ging om ze naar buiten te sleuren, Daarvan was weer het gevolg dat die weer op zijn gemak een pilsje pakte en daarna domweg zei “ik heb alles afgezocht maar kon ze niet vinden hoor”.

Tijdens Carnaval (1983)

werd er geopperd om zelf muziek te gaan maken tijdens Carnaval. Goed idee, zei het, dat niemand een instrument bespeelde. Er werd een verdeling gemaakt wie wat zou gaan bespelen en zo ontstond er een “clubje”.
Het zou nog een jaar duren voordat de uitverkorenen een instrument aangeschaft hadden en lessen ging volgen.

Een paar weken na Carnaval (1984)

komen ze weer bij elkaar en worden de instrumenten definitief aan personen gekoppeld met de beloftes dat er ook lessen gevolgd zouden worden.

De samenstelling:

Grote trom
Kleine trom
Bekkens
Trombone
2 Trompetten
Saxofoon

De eerste repetitie

Vier maanden voor Carnaval ( nov. 1985)……….. . Op zolder bij een van de muzikanten.
Een herrie “niet te filmen”. Het repertoire werd ingestudeerd. We hadden op de kop getikt;
Er steht im Tohr, Den Bosch is mooier dan Parijs, Ik ken munne mens niet veinde.
Van meerstemmige muziek hadden we nog nooit gehoord temeer dat er slechts 4 muzikanten lessen gevolgd hadden. Dynamiek was er wel namelijk HARD, HARDER EN HARDST.

Het tenue en de clubkleuren

Onze vrouwen, vriendinnen en bijslapen zaten ook niet stil en hielden zich in groepjes bezig met naaien. In een verbouwde schuur bij een van de leden werd de carnavalskleding gemaakt in de kleuren rood en zwart dat tot op de dag van vandaag nog steeds de basis is.
Het enige wat duidelijk veranderd is, is de uniformiteit. Identieke kleding hoeft niet meer maar als het maar ROOD/ZWART is.

De eerste Carnaval met muziek

Carnaval 1985 kon dus beginnen, met 3 muzieknummers en in tenue rood/zwart gingen we
zondag, maandag en dinsdagavond de stad in. Al snel lieten we het nummer
‘ik ken munne meins niet veinde’ vallen, het zal wel in die tijd te hoog gegrepen zijn, en
trokken met de 2 overgebleven nummers van kroeg tot kroeg. De Neuf – Brasserie –
Oetelpaleis – Portorico – Casino – kerkpleintje en de markt waren gelegenheden waar we
onze muzikaal konden uitleven. Vol trots en met veel enthousiasme lieten we ons muzikaal
gaan, in onze gedachten maakten we de beste carnavalsmuziek van Den Bosch.

Het sprookje is inmiddels vele jaren verder en niemand weet hoe het af zal lopen……………….

Menu

Geschiedenis
Den Bosch
Allerlei