De voorgeschiedenis

Er was eens ……..  .  Zo beginnen veel sprookjes maar de basis van ’t Zooitje was min of
meer het versmelten van twee families gedurende de Carnavalsperiode. Zelfs in die tijd
was het al een zooitje want Jan en alleman was welkom.  Vrienden en kennissen van twee
families te weten; Fam. van Osch en Fam. Janssen gingen mee en hadden een paar geweldige
dagen. Tijdens die ongedwongen saamhorigheid bleek al snel dat structuur een onbekend
fenomeen was. Om een klein voorbeeld te noemen. De Pint, tegenwoordig Hof van Holland,
was een van de kroegen waar we graag kwamen. Goede sfeer jofele lal muziek en niet al te groot.
Het naar binnen gaan was over het algemeen geen probleem, duwen, trekken en een hoop
flauwekul tegen de portier. Maar dan kwam het………… . Verzamelen om naar een andere kroeg te
gaan. De eerste stonden rap buiten maar de laatste, meestal vrouwen, die kwamen rustig een
kwartier later. Met het gevolg dat een van de mannen weer naar binnen ging om ze naar buiten
te sleuren, Daarvan was weer het gevolg dat die weer op zijn gemak een pilsje pakte en daarna
domweg zei “ik heb alles afgezocht maar kon ze niet vinden hoor”.

Tijdens Carnaval (1983) werd er geopperd om zelf muziek te gaan maken tijdens Carnaval.
Goed idee, zei het, dat niemand een instrument bespeelde.
Er werd een verdeling gemaakt wie wat zou gaan bespelen en zo ontstond er een “clubje”.
Het zou nog een jaar duren voordat de uitverkorenen een instrument aangeschaft hadden en
lessen ging volgen.

Een paar weken na Carnaval (1984) komen ze weer bij elkaar en worden de instrumenten
definitief aan personen gekoppeld met de beloftes dat er ook lessen gevolgd zouden worden.


De samenstelling:

Grote trom

Kleine trom

Bekkens

Trombone

2 Trompetten

Saxofoon

De eerste repetitie

Vier maanden voor Carnaval ( nov. 1985)……….. . Op zolder bij een van de muzikanten.
Een herrie “niet te filmen”. Het repertoire werd ingestudeerd. We hadden op de kop getikt;
Er steht im Tohr, Den Bosch is mooier dan Parijs, Ik ken munne mens niet veinde
.
Van meerstemmige muziek hadden we nog nooit gehoord temeer dat er slechts 4 muzikanten
lessen gevolgd hadden. Dynamiek was er wel namelijk HARD, HARDER EN HARDST.

Het tenue en de clubkleuren

Onze vrouwen, vriendinnen en bijslapen zaten ook niet stil en hielden zich in groepjes bezig
met naaien. In een verbouwde schuur bij een van de leden werd de carnavalskleding gemaakt
in de kleuren rood en zwart dat tot op de dag van vandaag nog steeds de basis is.
Het enige wat duidelijk veranderd is, is de uniformiteit. Identieke kleding hoeft niet meer maar
als het maar ROOD/ZWART is.

De eerste Carnaval met muziek

Carnaval 1985 kon dus beginnen, met 3 muzieknummers en in tenue rood/zwart gingen we 
zondag, maandag en dinsdagavond de stad in. Al snel lieten we het nummer 
'ik ken munne meins niet veinde' vallen, het zal wel in die tijd te hoog gegrepen zijn, en 
trokken met de 2 overgebleven nummers van kroeg tot kroeg. De Neuf - Brasserie - 
Oetelpaleis - Portorico - Casino - kerkpleintje en de markt waren gelegenheden waar we 
onze muzikaal konden uitleven. Vol trots en met veel enthousiasme lieten we ons muzikaal 
gaan, in onze gedachten maakten we de beste carnavalsmuziek van Den Bosch.

Het sprookje is inmiddels vele jaren verder en niemand weet hoe het af zal lopen.............