Er
was eens …….. .
Zo beginnen veel sprookjes maar de basis van ’t Zooitje was min
of
meer het versmelten van twee families gedurende de Carnavalsperiode. Zelfs in
die tijd
was het al een zooitje want Jan en alleman was welkom.
Vrienden en kennissen van twee
families te weten; Fam. van Osch en Fam. Janssen gingen mee en hadden een paar
geweldige
dagen. Tijdens die ongedwongen saamhorigheid bleek al snel dat structuur een
onbekend
fenomeen was. Om een klein voorbeeld te noemen. De Pint, tegenwoordig Hof van
Holland,
was een van de kroegen waar we graag kwamen. Goede sfeer jofele lal muziek en
niet al te groot.
Het naar binnen gaan was over het algemeen geen probleem, duwen, trekken en een
hoop
flauwekul tegen de portier. Maar dan kwam het………… . Verzamelen om naar
een andere kroeg te
gaan. De eerste stonden rap buiten maar de laatste, meestal vrouwen, die kwamen
rustig een
kwartier later. Met het gevolg dat een van de mannen weer naar binnen ging om ze
naar buiten
te sleuren, Daarvan was weer het gevolg dat die weer op zijn gemak een pilsje
pakte en daarna
domweg zei “ik heb alles afgezocht maar kon ze niet vinden hoor”.
Goed idee, zei het, dat niemand een instrument bespeelde.
Het zou nog een jaar duren voordat de uitverkorenen een instrument aangeschaft
hadden en
lessen ging volgen.
definitief aan personen gekoppeld met de beloftes dat er ook lessen gevolgd
zouden worden.
Grote
trom
Kleine
trom
Bekkens
Trombone
2
Trompetten
Saxofoon
Vier
maanden voor Carnaval ( nov. 1985)………..
. Op zolder bij een van de muzikanten.
Een herrie “niet te filmen”. Het repertoire werd ingestudeerd. We hadden op
de kop getikt;
Er steht im Tohr, Den Bosch is mooier dan Parijs, Ik ken munne mens niet veinde.
Van meerstemmige muziek hadden we nog nooit gehoord temeer dat er slechts 4
muzikanten
lessen gevolgd hadden. Dynamiek was er wel namelijk HARD, HARDER EN HARDST.
met naaien. In een verbouwde schuur bij een van de leden werd de
carnavalskleding gemaakt
in de kleuren rood en zwart dat tot op de dag van vandaag nog steeds de basis
is.
Het enige wat duidelijk veranderd is, is de uniformiteit. Identieke kleding
hoeft niet meer maar
als het maar ROOD/ZWART is.
Carnaval
1985 kon dus beginnen, met 3 muzieknummers en in tenue rood/zwart gingen we
zondag,
maandag en dinsdagavond de stad in. Al snel lieten we het nummer
'ik ken munne
meins niet veinde'
vallen, het zal wel in die tijd te hoog gegrepen zijn, en
trokken met de 2
overgebleven nummers van
kroeg tot kroeg. De Neuf - Brasserie -
Oetelpaleis - Portorico - Casino -
kerkpleintje en de markt waren
gelegenheden waar we
onze muzikaal konden uitleven. Vol trots en met veel
enthousiasme lieten we
ons muzikaal
gaan, in onze gedachten maakten we de beste carnavalsmuziek van Den
Bosch.
Het sprookje is inmiddels vele jaren verder en niemand weet hoe het af zal
lopen.............