Op deze pagina kunde
allerei wetenswaardigheden
lezen, mar of ut allemaol waor is?
MOTTO VOOR CARNAVAL
2012:
Oeteldonk
houdt oe jong!
REGELS CLUBKES
Er zijn zo'n 97 bij de Oeteldonkse club aangesloten
clubkes.
Wat te doen als meerdere clubs elkaar in een kroeg
treffen
Wie stopt en wie speelt er door? Er gelden binnen Oeteldonk
al sinds jaar en dag een aantal ongeschreven afspraken.
Voor alle duidelijkheid hebben we die regels eens op een
rijtje gezet.
Ongeschreven Regels
1. Een club maakt muziek in een kroeg (al dan niet op een
podium)
2. Een andere club komt spelend binnen
3. De club in de zaak stop dan met muziek maken
4. De binnenkomende club maakt het lied af en stopt daarna
5. De club die al stond te spelen maakt zijn serie af
6. Pas daarna start de binnenkomende club met zijn serie
7. Indien er meer dan 2 clubs wachten, speelt iedere club
maximaal 3 liedjes
8. De muzikaal leiders van elke club stemmen een en ander
met elkaar af
Voorkom ongelukken met instrumenten
Als een muzikant tijdens carnaval ergens bang voor is, is
het voor ongelukjes.
Bijvoorbeeld door een onverwachte botsing met een
enthousiaste carnavalsvierder.
Eén tik tegen een trompet of klarinet kan grote schade aan
mond en lippen en tanden toebrengen.
Gelukkig zijn veel Oeteldonkse muzikanten wel wat gewend.
Zij weten hoe je ongelukjes kunt voorkomen:
- Door als clubke in een kring met het gezicht naar elkaar
toe te gaan staan.
- Door op straat enigszins ‘in formatie’ te lopen, met het
slagwerk voorop.
Enthousiaste carnavalsvierders kunnen een
probleem vormen
Het kan altijd gebeuren dat enthousiaste carnavalsvierders
een beter contact met de muzikanten proberen te krijgen.
Door in een kring te gaan staat. Of door zich tussen de
muzikanten te mengen.
Zij doen dit omdat ze de muziek geweldig vinden.
Blijft rustig en maak het risico duidelijk
Muzikanten kunnen soms furieus reageren. Begrijpelijk. Het
is tenslotte hun instrument dat kan beschadigen en het zijn
hun lippen/tanden die kapot kunnen gaan. Toch vragen wij
begrip. Probeer de carnavalsvierders met zachte hand op
een ‘veiligere’ plek te krijgen. Leg hun rustig uit wat de
risico’s zijn.
Veel carnavalsvierders die nooit zelf muziek maken, hebben
geen idee wat voor schade hun gedrag kan aanrichten.
Maak duidelijk wat de risico’s zijn en voorkom zo dat het u
-of een ander- nog eens overkomt.
Niet-muzikanten weten vaak niet beter
Ga uit van het goede en begrijp dat een niet-muzikant niet
beter weet. Zorg ook dat je in een drukke gelegenheid
voldoende
ruimte hebt om veilig te kunnen spelen, maar maak de kring niet groter dan
nodig is.
Hoe kleiner de kring, hoe minder kans dat iemand in het
midden kan gaan staan.
Houd mensen op straat tussen de muziek uit, maar doe dit op
een rustige manier.
Zô houwe we ut gezellig in Oeteldoonk!
In alle gevallen geld: agressie lost absoluut niets op! Het
hoort per definitie niet bij het Oeteldonkse carnaval.
Met een beetje wederzijds begrip komen we een heel eind en
houden we het gezellig.
Zo kan iedereen, carnavalsvierder en muzikant, genieten van
het feestje waar we met zijn allen zo trots op zijn:
Het Oeteldonkse Carnaval!
CARNAVALSKALENDER
Het tijdstip waarop carnaval begint is afhankelijk van het Paasfeest.
Carnavalszondag is altijd 7 weken vóór Pasen.
Dat is 7 x 6= 42 werkdagen min de maandag en dinsdag na carnavalszondag,
dus 40
vastendagen.
Pasen valt altijd op de eerste zondag na de eerste
volle maan na 21 maart. Evenzo is 11 november exact 40 dagen voor Kerstmis.
'T is maar dat u het weet.
De
carnavalszondagen
tot 2020 zijn:
| 2011 | 06
maart |
| 2012 | 19
februari |
| 2013 | 10
februari |
| 2014 | 02
maart |
| 2015 | 15
februari |
| 2016 | 07
februari |
| 2017 | 26
februari |
| 2018 | 11 februari |
| 2019 | 03 februari |
| 2020 | 23 februari |
Zorg dat je erbij bent!
CARNAVAL
Carnaval en vastenavond
vinden hun oorsprong in het middeleeuwse narrenfeest.
Op deze dag mocht men lachen en spotten met gebruiken binnen kerk en
vorstenhuis. Er was zelfs zoiets als een ‘spotkoning’ of een ‘narrenbisschop’
die
het hele feest voorzat. Zelfs de hooggeplaatste personen mochten verwachten
bij
deze gelegenheid voor de feestvierders een mikpunt van spot te zijn.
Het leven vieren, een blij mens mogen zijn. Relativeren van wat normaal zo
belangrijk is. De wereld op z’n kop zetten, dat gebeurt tijdens het carnaval.
De menselijke maatstaven worden onder de loep genomen en op hun kop gezet.
De verschillen in rangen en standen bestaan even niet, de boer wordt prins.
Etymologisch: carnaval komt waarschijnlijk van carrus navalis, wat scheepskar
betekent; het voertuig waarmee -volgens heidens gebruik- de vruchtbaarheidsgoden
jaarlijks hun intocht deden. De scheepsvorm is in de carnavalswagens soms nog
terug te vinden. Een andere mogelijke oorsprong is carne vale, dat
‘vlees,
hou je goed’ betekent. Dit zou een verwijzing kunnen zijn naar de onthouding
van vleesconsumptie in de vastentijd.
VASTENAVOND
Vastenavond komt van Vaselnacht. In modern Duits faseln,
wat zeuren, kletsen,
zaniken betekent.
In de Vaselnacht, bij het begin van de lente, werd met uitbundige
zotheid
het verdwijnen van de wintergeesten gevierd. Het gebruik van avond wijst
op
het oude gebruik de dag te beginnen bij zonsondergang van de dag ervoor.
Nu
wordt nog steeds op een aantal plaatsen op
vastenavond een stropop verbrand
ter beëindiging van
het carnaval en om het
begin van de vastentijd te markeren.
In Oeteldonk begraven we dum urste boer dun beste: Knillis.
OETELDONK
is de naam van 's-Hertogenbosch
tijdens Carnaval.
Tijdens carnaval is 's-Hertogenbosch een dorp: 't durp Oeteldonk.
Oeteldonk omvat alleen
de oude stad 's-Hertogenbosch. De voormalige gemeenten Empel,
Engelen, Bokhoven en
Rosmalen, die nu samen de gemeente 's-Hertogenbosch vormen, hebben ieder hun eigen
carnavalsleven.
(Meer) historie Carnaval, Carnaval,
of "Vastenavond;,
bestaat al sinds de Middeleeuwen.
De voornaamste verklaring voor het ontstaan van het feest is dat werd gevierd
dat de dagen weer
langer werden na de vaak barre winters. Tijdens dit feest
vlak voor de Vastentijd konden de
mensen zich nog eens goed uitleven voor de sobere veertig dagen
begonnen. Zoals elk feest ging
dit vaak gepaard met excessen: dronkenschappen
en vechtpartijen.;
Tegen deze "misstanden" kwam
in 's-Hertogenbosch
eind 19e eeuw veel verzet vanuit de burgerij.
Een herhaaldelijk verzoek om een
gemeentelijk verbod van het feest strandde op het commercieel
en sociaal
belang. Toen in 1881 ook de geestelijkheid, bij monde van Bisschop
Mgr. A. Godschalk,
er zich mee bemoeide was dat aanleiding voor enige
Bosschenaren uit de gegoede middenstand om
maatregelen te nemen ter
bescherming van het volksfeest.
In café Plaats Roijaal, toen gevestigd in de straat Achter het Stadhuis,
kwamen zij bijeen en
smeedden een plan waarin iedereen zich zou kunnen vinden.
Het doel was behoud van het feest
door veredeling van het vermaak. Zij
bedachten de formule van Oeteldonk. De, zeker toen, mondaine 
stad
's-Hertogenbosch zou voor drie dagen omgedoopt worden in het dorp Oeteldonk.
Iedere inwoner van de stad werd dan boer of "durske" en aan het
hoofd een van de gemeente een
'burgervaojer' (D'n Peer vaan den Muggenheuvel),
die in 1882 voor het eerst groots werd ingehaald.
Op 1 oktober van datzelfde jaar
werd de Oeteldonksche Club opgericht om het initiatief uit te werken 
en te begeleiden.
Het jaar daarop (1883) voegde men een nieuw element toe, namelijk het
bezoek van D'n Prins Z.K.H.
Prins Amadeiro, Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en
Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en
zandwoestijnen enz. enz. enz. Een grote optocht met 
praalwagens begeleidde hem
bij zijn intocht. Deze situatie is gebleven: ook nu ontvangt de Peer de
Hoogheid nog steeds met alle égards op zondagochtend om 11.11 uur op
Oeteldonk Centraol.
OETELDONK SYMBOLEN
Eén van de symbolen van Oeteldonk is de rood-wit-gele vlag. De Oeteldonkse
Driekleur dateert zeker
uit het begin van de 20e eeuw. Het is niet bekend hoe men tot
deze kleuren is gekomen.
De kleuren komen wel (in een andere volgorde) voor op
het schilderij "de strijd tussen carnaval en de vasten"
van Pieter Brueghel de Oude(1530-1569).
Daarnaast is er een Oeteldonks wapen en is er elk jaar 
een jaarschildje
dat het jaarthema bevat en op ieders boerenkiel
genaaid kan worden.
VOLKSLIED
Oeteldonk heeft een eigen Volkslied, dat in 1884 door Hannes Krassert werd gecomponeerd.
Het lied heet: "O pronkjuweel van heel deez' aard". Het bestaat uit drie Coupleten
een solo.
Het eerste couplet luidt:
O pronkjuweel van heel deez aard
Ons dierbaar Oeteldonk
Door niets en nimmer evenaard
Geen naam die schooner klonk (bis)
Waar is op gansch het wereldrond
Een watervrij moeras
Zoo schoon als waar ons wieg eens stond
De Oeteldonkse plas?
BELANGRIJKE FIGUREN
Tijdens de Oeteldonkse carnaval is ieder mens belangrijk, maar zijn er ook
een aantal
hoofdrolspelers. Deze zijn:
D'n Prins Z.K.H. Prins Amadeiro
D'n Adjudant van de Prins
Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd (Burgemeester)
Assessor Kees Minkels (wethouder)
Knillis (vermeend stichter van Oeteldonk)
Hendrien (huishoudster van d'n Peer)
Driek Pakaon (veldwachter)
't Gevollug
D'n Ruiterij
D'n Geminteraod
D'n Vaandeldrager
D'n Ministerraad
HARING HAPPEN
In streken waar het
gangbaar is om Carnaval
te vieren, wordt op Aswoensdag vaak onder het
genot
van een (broodje) haring nog even teruggeblikt op het voorbije feest.
Dit
zogenoemde ‘Haring happen’
stamt uit de tijd dat tijdens de vasten geen vlees maar wel
vis mocht worden
gegeten.
KWEKFESTIJN
Tijdens het Kwčkfestijn wordt de nieuwe carnavalsschlager gekozen. Vanaf 1959
heeft Oeteldonk
zijn Kwčkfestijn. Het casino, nu Theater aan de Parade genaamd, organiseerde
zelf het eerste
festijn. De tweede keer deed de Oeteldonksche Club van 1882 mee en vanaf de
derde keer in
1960 verzorgde de OC van 1882 de hele organisatie. Vanaf toen werd de
Oeteldonksche
Kwčkfestijnwet ingevoerd hetgeen inhield dat er voortaan alleen nieuwe teksten
op nieuwe
melodieën mochten meedoen. In 1970 werd er wegens geldgebrek door de viering
van het
88-jarige bestaan van de OC geen Kwčkfestijn gehouden.
De eerste 12 jaar was de
organisatie simpel van opzet. In 1971 werd door de jury vooraf een
selectie gemaakt en zong Mari van der Velden, begeleid door de Confetti's,
tijdens het
Kwčkfestijn alle acht de liedjes. Vanaf het 13e Kwčkfestijn moeten de
meedingende groepen
zelf hun liedje uitvoeren en wordt er geen voorselectie meer gemaakt. In 1972
waren er nog
maar 17 deelnemende groepen. Het aantal deelnemers zou snel groeien naar
40 in
1978,
tot meer dan
70 in
1992 en volgende jaren.